Oudere voet

Na uw veertigste levensjaar wordt de doorbloeding van de matrix minder. Daarmee vertraagt de nagelgroei en verandert ook de conditie van uw nagel. Soms ontstaan er ribbels op de nagelplaat en ook kan de nagelplaat verkleuren (grijsgeel). De banden, pezen en spieren verliezen hun elasticiteit en de huid wordt droger en dunner.

Kenmerken die direct in verband kunnen worden gebracht met de oudere voet zijn:
Afname van flexibiliteit van banden, pezen en spieren.
Verstijving van gewrichten, artrose of slijtage.
Dunner worden van de huid, droge schilferige huid, verkleuring en huidaandoeningen.
Dunner worden van het vet om en op de voet (polstering).
Dermatologische ziektebeelden.
Verkleuringen en dikker worden van de nagel, vertraagde nagelgroei.
Vaatproblemen, vermindering bloedcirculatie, koude voeten, warme voeten, oedeem, bruine huidverkleuring, spataderen  en slecht genezende wonden.
Veranderingen zoals standsafwijkingen van voeten en tenen.
Verwaarlozing door slechte voetverzorging.
Achteruitgang in coördinatie, snelheid, lenigheid.
Aanwezigheid van ziekten zoals reuma, diabetes, artrose, artritis, neurologische afwijkingen, afwezigheid of mindering van het gevoel.

Bovengenoemde kenmerken kunnen direct klachten aan de voeten veroorzaken, zoals bijvoorbeeld pijnklachten, verandering van vorm en groei van nagels, vorming van eelt en likdoorns, verhoogd risico op mycose(schimmel/kalknagels) en bij verwaarlozing kans op ramshoornnagels.